|
- Zweden -
|
5 december 2007
|
Op het moment dat ik het stugge duingras tussen mijn tenen voel weet ik het zeker, zo heb ik me nog nooit gevoeld. Een immens gevoel van vrijheid overmand me. Ikzelf, en ik alleen. Op mijn blote voeten in de duinen bij de zee. In Zweden. Er staat een harde wind, een enkele konijn huppelt naast me, stoort zich niet aan me. Tranen prikken in mijn ogen, rollen over mijn wang en ik weet niet waarom. Mijn ouders slapen nog, het is vroeg. Voor zes uur in de ochtend. En ik kijk, en ik staar en ik denk na. Wat zou er zijn, aan de andere kant van de zee. Over de golven, achter de opkomende zon, waar de wind vandaan komt. We zijn op weg, op vakantie. Twee weken Noorwegen en nog een week Duitsland te gaan. En dan begint het weer. School, vriendschap, de liefde. Het echte leven. Maar nog even niet. Dit is nog even niet het einde. Dus blijf ik staan, terwijl mijn voeten koud worden. Mijn haar waait in mijn gezicht, maar ik laat het gebeuren. Hier komt alles tezamen, alle ellende, al het geluk, al het verdriet. Alles wat er het afgelopen jaar gebeurt is waait mijn kant op en krijgt een plek.
Het begrip in deze wereld is zoek. Ik begrijp mensen niet, mensen begrijpen mij niet, en elkaar. Het doet er ook niet toe, ik red me wel. En toch mis ik iets. Iets ongrijpbaars. De teddybeer van vroeger. Die luisterd, die met je praat, die er voor je is en over dezelfde dingen denkt. Niet over kroegen, drank, jongens. Niet over ruzie's met ouders, maar over dingen die er toe doen. Filosofie. Ik besluit te gaan zitten, de weemoed wordt zwaar. Met mijn benen gestrekt raken mijn voeten het strand. Ik begraaf ze onder het zand om ze te warmen. Ik denk aan hem, en mis hem. Hij die me uitdaagt, me laat nadenken. Hij doet me zweven, laat me springen tot grote hoogtes om dan diep te vallen. Hij sleurt me heen en weer. Hij is de vrijheid waar ik naar streef. Hij houdt van me. Hij houdt van mijn gedachten, van de blik in mijn ogen en van mijn schrijven. En ik hou van hem. Onvoorwaardelijk.
Het is tijd om te gaan. De zon is bijna op, en mijn ouders worden zo wakker. Ik sta op, klop het zand van mijn pyjama broek en loop door de duinen. Ik loop mijn slippers voorbij en sta op blote voeten op een kiezelpad. Het kiezelpad tussen de vakantiehuisjes. Het prikt, maar doet geen pijn. En ik loop door, mijn slippers laat ik staan. Ik kijk nog even om en zie ze vervagen met de horizon, tot ze weg zijn. Een herinnering. Ik koop wel een nieuw paar in Duitsland.
| |
|
|
1 Comments:
Ik kan niet anders dan vertellen dan je schrijfstijl geweldig is.
Je mist hem; ik hoop voor je dat je hem ooit terugvindt.
En over de slippers: fantastisch. Zo Amélie-ig dromerig. Als ik op diezelfde camping gestaan had en je slippers had gevonden had ik de wereld afgezocht om je te vinden denk ik.
Maar ik was daar niet. En ik heb je slippers ook niet gevonden.
Hoe zou het nu met ze zijn? Vergroeid tussen de duinflora of verscheept naar Congo waar een jongentje van 13 met geweldig tekentalent er op rondloopt.. Wie weet.
Maar misschien is dat je bedoeling nooit geweest, ik hoop het alleen stiekem wel.
Een reactie posten
<< Home